Verhoging van zaadopbrengst in rode klaver door mitotische tetraploïdisatie en analyse van meiotische kruisingen

Activity: OtherTypes of other (prices, external and other activities) - (Co)promotor bachelorthesis

Gerda Cnops - Copromotor

    Bij de veredeling van tetraploïde rode klaver wordt gezocht naar methoden om de zaadopbrengst te verhogen. Dit project kadert in een studie die onderzoekt of planten van meiotische kruisingen een hogere zaadopbrengst vertonen in vergelijking met planten verkregen door mitotische tetraploïdisatie. In het eerste deel van het project werden tetraploïde nakomelingen geïdentificeerd uit paarkruisingen tussen enerzijds diploïde en tetraploïde planten (meïotische tetraploïden) en anderzijds paarkruisingen tussen tetraploïde planten met dezelfde genetische achtergrond (mitotische tetraploïden). De ploïdiegraad van de nakomelingen uit deze kruisingen werd bepaald door middel van flowcytometrie, zodat enkel de tetraploïden geselecteerd werden. Vervolgens werd een analyse met SSR merkers uitgevoerd op deze tetraploïde nakomelingen om een genetisch profiel op te stellen en zo de ouders en nakomelingen met elkaar te vergelijken. Hieruit werden voor de meiotische kruisingen tussen diploïden en tetraploïden 14 nakomelingen geselecteerd, die afkomstig zijn uit de ongereduceerde gameten van de diploïde ouder. Voor de nakomelingen uit de kruisingen tussen tetraploïden werden 229 nakomelingen die het resultaat waren van kruisbestuivingen weerhouden. Hieruit zijn willekeurig 42 nakomelingen geselecteerd om samen met de 14 meiotische tetraploïden op een veld te plaatsen, zodat de zaadopbrengst per plant gedurende twee jaar gevolgd kan worden. In het tweede deel van dit project werd een protocol voor mitotische tetraploïdisatie van diploïde rode klaver geoptimaliseerd. Hiervoor werden, naast verschillende groeistadia van het plantenmateriaal (geïmbibeerd zaad na 24 uur en 48 uur en kiemlingen van 4 dagen oud), meerdere concentraties van drie mutagene agentia (colchicine, oryzaline en trifluraline) getest. Wanneer de overlevende planten voldoende gegroeid waren, werd de ploïdiegraad bepaald met behulp van flowcytometrie om de tetraploïden te selecteren. Er kwamen 90 vermoedelijk volledige tetraploïden uit deze selectie. Het aantal overlevende planten na 24 uur behandeling met colchicine bleek zeer laag, wat waarschijnlijk te wijten is aan een te lange imbibitietijd. De behandeling met oryzaline biedt het meeste perspectief en zal voor optimalisatie verder geanalyseerd moeten worden.

    samen met Tim Vleugels
    2016

    External organisation

    NameOdisee
    CityGEnt
    CountryBelgium
    View graph of relations

    ID: 4996233