Bekijk grafiek van relaties

Beschrijving

Centrale onderzoeksvraag/doel
Uit vergistingsinstallaties van organische materialen zoals mest, organisch afval, energiegewassen e.d., komen twee producten: biogas en - als nevenstroom - digestaat. Dat laatste komt na verdere verwerking en/of compostering op de markt als meststof of bodemverbeteraar. Dit onderzoeksproject gaat via praktische experimenten na (1) in welke mate de dikke fractie na scheiding van digestaat kan worden gecomposteerd, (2) wat de effectieve bemestende waarde is van een hele reeks verwerkte digestaatproducten en (3) wat het potentieel is van deze producten om effectieve organische stof op te bouwen in de bodem. De onderzoeksvragen zijn dus: Op welke wijze composteer je best de dikke fractie? Wat is de N-, P- en K-werking van digestaatproducten, dus de werking van stikstof, fosfor en kalium? Zijn er grote verschillen tussen de producten? Is er een toename of afname in de werking doorheen de tijd na toediening aan de bodem? Wat is de hoeveelheid effectieve organische stof die wordt opgebouwd in de bodem per ton toegediend digestaatproduct?

Onderzoeksaanpak
Op de ILVO-composteersite zetten we een aantal composteerproeven op waarbij we de dikke fractie van digestaat mengen met andere biomassastromen, op zoek naar de ideale combinatie om het composteringsproces optimaal te laten verlopen. Eindproducten van deze compostering en een reeks andere verwerkte digestaatproducten karakteriseren we via incubatie- en potproeven. We bepalen eerst de stikstofmineralisatie in een incubatieproef in een klimaatkast, waarbij we de digestaatproducten aan een dosis van 170 kg N-totaal/ha (MAP IV norm voor ‘andere meststoffen’) toedienen aan een bodem. Op vaste tijdstippen registreren we het minerale N-gehalte van de bodem (NO3- en NH4+). We berekenen het percentage ‘werkzame stikstof’ (% van de toegediende hoeveelheid N dat mineraliseert). Een aantal producten worden ook via een potproef in serreomstandigheden met Westerwolds raaigras geanalyseerd op de P- en K-werking. Enerzijds meten we de gewasopbrengst en anderzijds de P- en K-gehaltes van het gras. De afbraak van organische stof uit het digestaatproduct tenslotte bestuderen we in een incubatieproef in een klimaatkast, waarbij we digestaatproducten toedienen aan een bodem. Via monitoring van de CO2-vrijstelling berekenen we hoeveel organische stof wordt afgebroken in de bodem. Dat laat conclusies toe over de precieze bijdrage van het digestaatproduct aan het effectieve organische stofgehalte van de bodem.

Relevantie/Valorisatie
De digestaatproducten die men op de markt vindt zijn zeer divers qua vorm en samenstelling (droge stofgehalte, organische stofgehalte, NPK-gehalte…). Omdat zuivere (onbewerkte) digestaten minder geschikt zijn als nutrient voor de akker, bewerkt men de producten vaak nog. Er gebeurt een mechanische scheiding, droging, pelletisering, menging met andere producten, compostering enz. om een hoogwaardiger afzetproduct (bodemverbeterend middel en meststof) te bekomen. Het is nuttig voor zowel de producent als de afnemer (landbouwer) van verwerkte digestaatproducten om naast de NPK-samenstelling ook over een inschatting te beschikken van de NPK-bemestende waarde (werkingscoëfficiënten) en het potentieel om effectieve organische stof op te bouwen in de bodem.

Externe partner(s)
Vlaams Coördinatiecentrum Mestverwerking
VLACO vzw - Vlaamse compostorganisatie
AcroniemVLACODIGEST
StatusVoltooid
Effectieve start/einddatum1/01/1431/12/17

ID: 4151165