Bekijk grafiek van relaties

Beschrijving

Centrale onderzoeksvraag/doel
Welke voederwaarde hebben de nevenproducten uit de bio-ethanolproductie? Hoe kunnen ze optimaal in het rantsoen ingeschakeld worden en wat zijn de effecten op de prestaties van melkvee, als ze aangewend worden als dierenvoeder? Het antwoord op deze onderzoeksvragen komt tegemoet aan een reëel kennishiaat bij nutritionisten, veevoederbedrijven en veehouders. De productie van bio-ethanol (uitgaande van plantaardige grondstoffen), als hernieuwbaar alternatief voor aardolie, wint aan belang. De restproducten uit dit proces zijn rijk aan eiwit en celstof (want het zetmeel is door fermentatie grotendeels omgezet in ethanol).  Voederwaarderingsonderzoek, zoötechnische proeven en een marktstudie (welke producten en welke volumes?) zijn nodig om bovenstaande vragen te beantwoorden en om te adviseren in welke mate deze eiwitbron sojaschroot kan vervangen en zo kan meehelpen om de hoeveelheid geïmporteerde soja te beperken.

Onderzoeksaanpak
We brengen in beeld hoeveel verschillende productie-eenheden en productieprocessen er welke soorten bijproducten van de energiewinning op de markt brengen. We bepalen telkens de samenstelling, we schatten de voederwaarde voor melkvee en we onderzoeken de bewaarbaarheid en/of inkuilbaarheid. We brengen deze data voor alle geïnventariseerde bijproducten samen in een brochure. We volgen nauwkeurig een aantal geselecteerde praktijkbedrijven op, die deze producten gebruiken. We registreren met eigen proeven de effecten op voederopname, melkproductie en melksamenstelling. We verspreiden (ook tussentijds) alle verzamelde gegevens naar de melkveehouders via meerdere kanalen.


 

Relevantie/Valorisatie
Het onderzoek heeft duidelijke en gunstige resultaten opgeleverd t.a.v. het gebruik van bijproducten uit de bio-ethanolproductie, als waardevol veevoeder voor melkvee. Wij hebben aangetoond dat deze bijproducten energie- en eiwitrijke voeders zijn, die evenwichtig en eiwitrijk krachtvoeder kunnen vervangen. Afhankelijk van het productieproces varieert de voederwaarde van vooral DDGS nogal sterk. De producten hebben geenszins een negatieve invloed op de productieresultaten, integendeel. Bij de overweging om deze bijproducten al dan niet te gebruiken op een praktijkbedrijf dient rekening gehouden te worden met de nodige investering voor de opslag van vloeibare producten.

Financiering
Vlaamse Overheid - L&V ADLO

Externe partner(s)
Hooibeekhoeve - proefbedrijf voor veehouderij
Inagro
LCV - Landbouwcentrum Voedergewassen
Proef- en vormingscentrum vd Landbouw
AcroniemMELKBIJ
StatusVoltooid
Effectieve start/einddatum1/04/0931/03/11

ID: 4150329