Bekijk grafiek van relaties

Beschrijving

Centrale onderzoeksvraag/doel
Het ontwikkelen van nieuwe biotoetsen en het verbeteren van bestaande biotoetsen is het doel van dit onderzoeksproject. Biotoetsen dienen om proefplanten gecontroleerd te infecteren met een ziekteverwekker. Elke pathogeen en elke waardplant behoeft een precies afgestelde biotoets. Het uiteindelijk doel is om de biotoetsen te gebruiken in vier domeinen van het onderzoek naar gewasbescherming: 1. Kunnen evalueren of een waardplant al dan niet resistentie bezit tegen de aangebrachte pathogeen. 2. Observeren of een klassiek gewasbeschermingsmiddel werkt tegen een specifieke stam van een pathogeen. 3. De effectiviteit van alternatieve gewasbeschermingsmiddelen controleren. 4. Nieuwe manieren van detectie uittesten in verschillende stadia van het ziekteproces

Onderzoeksaanpak
Voor elk van de pathogenen waarvoor een biotoets wordt ontwikkeld zoeken we eerst op welke (gecontroleerde) manier de pathogeen moet worden vermeerderd. Vervolgens stellen we de wijze van inoculeren op punt, en bepalen we empirisch de meest gunstige klimaatsomstandigheden voor inoculatie. Telkens houden we rekening met de diversiteit binnen de pathogeenpopulatie (verschillen in virulentie of verschillende pathotypes). In een aantal gevallen is het ook relevant om de pathogeen voor lange termijn te kunnen bewaren, met behoud van virulentie en agressiviteit

Relevantie/Valorisatie
Zowel in de sierteelt, de groenten- en fruitboomveredeling als bij de verbetering van landbouwgewassen zijn onderzoekers op zoek naar resistenties tegenover ziekten en plagen die de veredelaars kunnen inkruisen. Succesvolle kunstmatige inoculatie met pathogenen is essentieel om de resistentie bij veredelingsmateriaal en kandidaatcultivars te evalueren. Hetzelfde geldt voor de grondige evaluatie van klassieke of alternatieve gewasbeschermingsmiddelen. In tegenstelling tot natuurlijke aantastingen is er bij kunstmatige inoculatie immers homogene en verzekerde aanwezigheid van het pathogeen en kunnen de klimaatsomstandigheden dusdanig worden ingesteld dat een goede infectie zich ontwikkelt bij de gevoelige controlecultivar of bij de niet-behandelde controle. Eens ontwikkeld komen de toetsten ter beschikking van de sector via het Diagnosecentrum voor Planten (DCP) van ILVO of worden ze bijvoorbeeld intern ook aangewend bij veredelingsactiviteiten of binnen het onderzoek over de epidemie en gewasbescherming. Recenter worden biotoetsen ook gebruikt voor de evaluatie van nieuwe detectietechnieken, zoals deze waarbij veranderingen in reflectantie waargenomen worden met multispectrale camera's.
AcroniemPATHOSCREEN
StatusVoltooid
Effectieve start/einddatum1/01/1031/12/17

ID: 4145622