Bekijk grafiek van relaties

Beschrijving

Centrale onderzoeksvraag/doel
Welke cultuur- en gebruikswaarde (CGW) bezitten de verschillende rassen van landbouwgewassen (behalve suikerbiet) waarvoor er een aanmelding is voor inschrijving in de nationale rassencatalogus? De ILVO onderzoeksgroep ‘Teelt en Omgeving’ voert sedert jaren onafhankelijke evaluerende veldproeven uit voor rassen van kuil- en korrelmaïs, raaigrassen, witte klaver, voederbiet, cichorei, vlas en granen. De bedoeling is om voor elk ras kwantitatief vast te stellen of hij ten opzichte van de bestaande rassen een duidelijke verbetering betekent, hetzij voor de teelt, hetzij voor de valorisatie van de oogst of de daaruit verkregen producten. Een lager niveau van bepaalde eigenschappen (bv. opbrengst) kan eventueel gecompenseerd worden door specifieke gunstige eigenschappen zoals een resistentie. Voor industriële cichorei en een aantal sierteeltgewassen wordt ook doorlopend het zogenaamde OHB- onderzoek uitgevoerd. Via de criteria onderscheidbaarheid, homogeniteit en bestendigheid beantwoordt ILVO dan de vraag of het wel degelijk om een aparte, nieuwe en stabiele cultivar gaat.

Onderzoeksaanpak
Afhankelijk van de soort leggen wij 4 tot 10 veldproeven aan op verschillende locaties (bodemsoorten) in Vlaanderen (Merelbeke, Geel, Poperinge, Bassevelde) en Wallonië (uitgevoerd door het CRA-Gembloux). In de proeven worden de nieuwe rassen vergeleken met een aantal standaardrassen (i.e. de beste rassen van het ogenblik in het commercieel circuit) volgens vooraf bepaalde criteria met een wegingsfactor. Opname van een nieuwe ras op de Belgische rassencatalogus gebeurt als de CGW-proeven positief zijn en het ras een positief OHB-rapport en een goedgekeurde naam bezit. De scores die aan elk van de proefcultivars worden toegekend zijn ondermeer droge-stofopbrengst. Daarnaast evalueren we per gewas specifieke relevante eigenschappen:  Bij kuilmaïs is dat verteerbaarheid en vroegrijpheid; bij korrelmaïs stengelrot. Bij cichorei bepalen we het inuline-gehalte. Bij Engels en Italiaans raaigras scoren we roestresistentie en persistentie. Bij vlas bekijken we het vezelgehalte. Het OHB onderzoek gebeurt volgens de richtlijnen opgelegd door CPVO of UPOV.

Relevantie/Valorisatie
Jaarlijks wordt gemiddeld 10% van de geteste rassen tot inschrijving op de rassencatalogus toegelaten. Door steeds hogere eisen te stellen aan de standaardrassen en criteria die inspelen op duurzaamheid (kwaliteit, ziekteresistentie, oogstzekerheid) worden enkel de beste rassen in de catalogus opgenomen.


 
AcroniemRASSENONDERZOEK
StatusIn uitvoering
Effectieve start/einddatum1/04/86 → …

ID: 4160475