Bekijk grafiek van relaties

Beschrijving

Centrale onderzoeksvraag/doel
Dit onderzoek richt zich op het fundamenteel begrijpen van (het ontstaan) van berengeur bij intacte beren. Bedoeling is om vervolgens werkbare strategieën te ontwikkelen die berengeur reduceren (idealiter tot nul). De onderzoeksvragen zijn: Hoe kunnen we vroegtijdig beerbiggen herkennen die als volwassen intacte beren berengeur zullen ontwikkelen? Welke managementaanpassingen hebben een invloed op de incidentie van berengeur op een varkensbedrijf? Hoe evalueren we de verschillende post mortem detectiemethoden voor berengeur? Berengeur manifesteert zich als een onaangename geur of smaak, die voornamelijk vrijkomt bij het verwarmen van de vetfractie in varkensproducten. De twee belangrijkste componenten die berengeur veroorzaken zijn androstenon (seksferomoon) en skatol (metaboliet van het aminozuur tryptofaan). Om het afmesten van intacte beren mogelijk te maken is reductie en detectie van berengeur noodzakelijk.

Onderzoeksaanpak
Het onderzoek is gestoeld op drie strategieën: We ontwikkelen en valideren een predictor voor vroegtijdige detectie van berengeur op basis van metingen van fysiologische parameters (bv. testesgrootte) doorheen de ontwikkeling, op basis van evaluatie van seksueel/sociaal gedrag en op basis van huidletsels en hygiëne. We gaan na in welke mate  managementstrategieën met betrekking tot voeding, hygiëne en een (lagere) slachtleeftijd bij verscheidene varkensrassen resulteren in een reductie van berengeurincidentie. We vergelijken post-mortem detectie van berengeur via labo-analyse van de berengeurcomponenten en met sensorische methoden via consumenten, experten en soldeerbout in vlees- en/of vetstalen. Tevens trainen we speurneusvarkens om berengeur op te sporen in vlees- en vetstalen.

Relevantie/Valorisatie
Het inzicht in de factoren die berengeur beïnvloeden of doen ontstaan is door deze studie groter maar nog niet volledig. Berengeur blijkt een complex fenomeen. We hebben een duidelijk positieve correlatie gevonden tussen enerzijds agressief gedrag en testislengte en -volume op bijna alle observatietijdstippen en anderzijds het skatolgehalte in het nekvet. Deze kennis kan verder vertaald worden in een advies om dieren met een aanleg voor berengeur tijdig via vb. immunocastratie of vroegtijdige slachting te verhinderen in hun berengeurproductie. Aanpassing van de voeding en verbetering van de hygiënestatus van de dieren heeft in deze studie geen of slechts beperkte invloed op berengeur getoond. Berengeurprevalentie varieert wel afhankelijk van ras (Piétrain, Large White en Belgisch Landras Stress Negatief) en van het slachtgewicht (50, 70, 90 en 110 kg). Maar de berengeurreductie via verlaging van het slachtgewicht werkt alleen bij bepaalde rassen (rasafhankelijk). Bij de methode-evaluatie valt op dat positieve berengeurscores  sterk variëren naargelang de gebruikte methode en dat de correlaties tussen de methoden eerder laag liggen. We zijn erin geslaagd om getrainde varkens in te zetten als speurneuzen. Ze slagen erin om koude vetstalen met en zonder berengeur vrijwel juist te scoren.

Externe partner(s)
NoFima As
AcroniemBOARTAINT
StatusVoltooid
Effectieve start/einddatum1/06/059/09/09

ID: 4153811